Wie wordt beschouwd als de favoriete discipel van Jezus en waarom?
De discipel die het vaakst als favoriet van Jezus wordt aangeduid, is Johannes, de zoon van Zebedeüs. Dit begrip komt voornamelijk voort uit het evangelie van Johannes, waarin de auteur herhaaldelijk verwijst naar “de discipel van wie Jezus hield” (Johannes 13:23, 19:26, 20:2, 21:7, 21:20). Hoewel het Evangelie deze discipel nooit expliciet als Johannes noemt, verbond de vroegchristelijke traditie deze geliefde discipel sterk met Johannes de Evangelist.
Maar we moeten voorzichtig zijn met het spreken van “favorieten” als het gaat om de liefde van onze Heer. Het hart van Jezus is oneindig veel groter dan dat van ons, en is in staat om elke persoon uniek en volledig lief te hebben. Wanneer we lezen over Johannes als de geliefde discipel, moeten we dit niet begrijpen als Jezus die hem meer liefheeft dan anderen, maar als een bijzondere nabijheid en intimiteit in hun relatie die als model dient voor alle discipelen.
De redenen voor de bijzondere nabijheid van Johannes tot Jezus vloeien waarschijnlijk voort uit verschillende factoren. Johannes vormde samen met zijn broer Jakobus en Petrus een binnenste cirkel onder de Twaalf, aanwezig op belangrijke momenten zoals de Transfiguratie en in Getsemane (Marcus 9:2, 14:33). De jeugdigheid van Johannes – volgens de traditie was hij de jongste apostel – kan een bijzondere tederheid uit Jezus hebben getrokken. De ontvankelijkheid van Johannes voor de liefde en de leringen van Jezus lijkt uitzonderlijk te zijn geweest, waardoor een diepe spirituele band mogelijk is geworden.
Toch moeten we niet vergeten dat Jezus ons allemaal roept tot dezelfde intimiteit. Zoals hij bij het Laatste Avondmaal zei: "Ik noem jullie geen dienaren meer... In plaats daarvan heb ik jullie vrienden genoemd" (Johannes 15:15). Het voorbeeld van Johannes zou ons allemaal moeten inspireren om dichter bij Christus te komen en ons hart volledig te openen voor zijn transformerende liefde.
Welk bewijs in de evangeliën wijst erop dat Johannes de "geliefde discipel" was?
Het Evangelie van Johannes bevat verschillende belangrijke bewijzen die erop wijzen dat Johannes, de zoon van Zebedeüs, de "geliefde discipel" was waarnaar in de hele tekst wordt verwezen. Hoewel dit cijfer nooit expliciet wordt genoemd, verschijnt het op cruciale momenten in de bediening en passie van Jezus.
We komen de geliefde discipel voor het eerst tegen bij het Laatste Avondmaal, waar hij wordt beschreven als “achterover leunend naast Jezus” en zelfs achterover leunend tegen de borst van Jezus (Johannes 13:23-25). Deze fysieke nabijheid symboliseert een diepe spirituele intimiteit. Het is deze discipel die, op aandringen van Petrus, Jezus vraagt wie hem zal verraden.
Bij de kruisiging, wanneer veel discipelen zijn gevlucht, staat de geliefde discipel trouw aan de voet van het kruis met Maria, de moeder van Jezus. Op een diep ontroerend moment vertrouwt Jezus zijn moeder toe aan de zorg van deze discipel en zegt: “Vrouw, hier is uw zoon” en aan de discipel: “Hier is uw moeder” (Johannes 19:26-27). Deze daad suggereert een krachtig vertrouwen en nabijheid tussen Jezus en deze volgeling.
Op Paasmorgen is het de geliefde discipel die Petrus uitloopt naar het lege graf en die bij binnenkomst "zag en geloofde" (Johannes 20:3-8). Zijn snelle reactie en onmiddellijke geloof wijzen op een bijzonder begrip van de missie van Jezus.
Ten slotte wordt in de epiloog van het evangelie van Johannes de geliefde discipel geïdentificeerd als de auteur van de tekst, degene die “van deze dingen getuigt en ze opschreef” (Johannes 21:24). Dit verbindt het intieme ooggetuigenperspectief van het verhaal met de identiteit van de geliefde discipel.
Hoewel deze passages Johannes niet direct noemen, komen ze overeen met wat we van hem weten uit de andere evangeliën. Johannes vormde samen met Petrus en Jakobus de binnenste kring van discipelen van Jezus. Zij alleen waren getuige van gebeurtenissen zoals de Transfiguratie en waren aanwezig in Gethsemane. Johannes en Petrus worden vaak gekoppeld in Handelingen als leiders in de vroege kerk.
De aanwezigheid van de geliefde discipel bij het Laatste Avondmaal wijst erop dat hij een van de Twaalf was. Onder hen is Johannes de enige die niet anders wordt genoemd in het vierde evangelie, wat suggereert dat hij uit bescheidenheid over zichzelf schrijft in de derde persoon.
Vroege kerktraditie sterk ondersteund deze identificatie. De heilige Irenaeus, die aan het eind van de 2e eeuw schreef, stelt expliciet dat Johannes, de discipel van de Heer die op zijn borst leunde, het Evangelie publiceerde toen hij in Efeze woonde.
Maar laten we ons niet te veel richten op het definitief bewijzen van de identiteit van Johannes. Het Evangelie laat de geliefde discipel opzettelijk enigszins anoniem, misschien nodigt het ieder van ons uit om onszelf in deze rol te zien. Want in Christus zijn wij allen geliefde discipelen, geroepen om te rusten in Zijn liefde en te getuigen van Zijn waarheid.
Waarom geloven sommige mensen dat Jezus Johannes het meest liefhad?
Het geloof dat Jezus meer van Johannes hield dan van zijn andere discipelen is een gevoelig en complex onderwerp. We moeten er voorzichtig mee omgaan en altijd in gedachten houden dat Gods liefde oneindig is en niet onderhevig is aan menselijke vergelijkingen of vriendjespolitiek.
Deze perceptie komt voornamelijk voort uit het Evangelie van Johannes, waarin de auteur herhaaldelijk verwijst naar “de discipel van wie Jezus hield” (Johannes 13:23, 19:26, 20:2, 21:7, 21:20). Als we de traditionele opvatting accepteren dat deze discipel Johannes zelf is, lijkt het misschien een speciale status of voorkeur te suggereren. De beschreven intieme momenten, zoals Johannes die bij het Laatste Avondmaal op de borst van Jezus ligt, kunnen worden geïnterpreteerd als tekenen van een unieke hechte relatie.
Jezus vertrouwt zijn moeder Maria toe aan de zorg van Johannes vanaf het kruis, een krachtige daad van vertrouwen en familiale verbondenheid (Johannes 19:26-27). Dit heeft sommigen tot de conclusie gebracht dat Jezus Johannes bijzonder hoog achtte.
De aanwezigheid van John, samen met Peter en James, op belangrijke momenten zoals de Transfiguratie en in Gethsemane, draagt ook bij aan deze perceptie van bijzondere nabijheid. Vroege kerkelijke tradities, zoals die van Hiëronymus, benadrukten verder de unieke band van Johannes met Christus en beschreven hem als een maagd die speciaal geliefd was vanwege zijn zuiverheid.
Maar we moeten voorzichtig zijn met het interpreteren van deze elementen als bewijs dat Jezus Johannes “het meest” liefhad. Een dergelijke visie kan ons doen afdwalen van de ware aard van de liefde van Christus, die grenzeloos en alomvattend is. Jezus zelf leerde: "Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb Ik u liefgehad" (Johannes 15:9). Deze liefde is geen beperkte hulpbron die in verschillende mate kan worden verdeeld.
In plaats daarvan moeten we de nabijheid van Johannes tot Jezus zien als een voorbeeld van de intieme relatie die Christus met al zijn volgelingen wenst. De ontvankelijkheid van Johannes voor de liefde van Jezus zorgde voor een diepe spirituele verbinding die als voorbeeld dient voor ons allemaal. Zijn evangelie benadrukt dit thema van het blijven in de liefde van Christus en nodigt elke gelovige uit tot dezelfde intimiteit.
We zien dat Jezus bijzondere zorg en genegenheid toont voor verschillende discipelen in verschillende contexten. Hij noemt Petrus de rots waarop hij zijn kerk zal bouwen (Mattheüs 16:18). Hij heeft een transformerende ontmoeting met Maria Magdalena na zijn opstanding (Johannes 20:11-18). Elke relatie is uniek en kostbaar.
Laten we niet vergeten dat Gods liefde geen wedstrijd is. Het voorbeeld van Johannes zou ons moeten inspireren om ons hart meer open te stellen voor de liefde van Christus, wetende dat er voor ieder van ons altijd meer dan genoeg is. Zoals de heilige Augustinus mooi verwoordde: “God houdt van ieder van ons alsof er maar één van ons is.” Mogen we er allemaal naar streven geliefde discipelen te zijn, rustend in de verzekering van de grenzeloze genegenheid van Christus voor elk van zijn kinderen.
Hoe wordt de relatie van Johannes met Jezus anders weergegeven dan die van andere discipelen?
We zien Johannes consequent in de binnenste kring van Jezus worden geplaatst, samen met Petrus en Jakobus. Alleen deze drie discipelen zijn getuige van cruciale momenten zoals de Transfiguratie en Jezus’ lijden in Getsemane (Marcus 9:2, 14:33). Deze speciale toegang suggereert een niveau van vertrouwen en nabijheid dat hen onderscheidt.
Maar het is in het evangelie van Johannes zelf dat we de meest opvallende afbeeldingen van zijn relatie met Jezus vinden. Hier wordt naar Johannes verwezen als “de discipel van wie Jezus hield”, een titel die nergens anders in de Schrift wordt gebruikt (Johannes 13:23, 19:26, 20:2, 21:7, 21:20). Deze zelfaanduiding is verre van opschepperig, maar weerspiegelt een krachtig besef dat Christus ons liefheeft – een besef dat we allemaal moeten omarmen.
De intimiteit van hun relatie wordt levendig geportretteerd tijdens het Laatste Avondmaal, waar Johannes wordt beschreven als naast Jezus liggend, zelfs achterover leunend tegen zijn borst (Johannes 13:23-25). Deze fysieke nabijheid symboliseert een diepe spirituele verbinding. Het is Johannes die, op aandringen van Petrus, Jezus rechtstreeks vraagt naar zijn verrader, wat wijst op een uniek niveau van toegang en vertrouwen.
Misschien wel de meest aangrijpende illustratie van de bijzondere relatie van Johannes met Jezus vindt plaats bij de kruisiging. Terwijl de meeste discipelen gevlucht zijn, staat Johannes trouw aan de voet van het kruis. In zijn laatste momenten vertrouwt Jezus zijn moeder Maria toe aan de zorg van Johannes, waardoor een nieuwe familieband ontstaat (Johannes 19:26-27). Deze daad spreekt boekdelen over het vertrouwen en de liefde tussen hen.
In het evangelie van Johannes wordt hem ook afgebeeld als iemand die een bijzonder inzicht heeft in de leringen en de identiteit van Jezus. Hij herkent de verrezen Christus snel aan de Zee van Tiberias en roept Petrus toe: "Het is de Heer!" (Johannes 21:7). Deze spirituele waarneming onderscheidt hem van de andere discipelen in het verhaal.
Toch moeten we oppassen dat we deze afbeeldingen niet interpreteren als een verzwakking van de andere discipelen of als een suggestie dat Jezus minder van hen hield. Elke discipel had een unieke relatie met Christus, gevormd door hun individuele persoonlijkheden en rollen in zijn missie. Petrus krijgt bijvoorbeeld een speciale opdracht om “mijn schapen te voeden” (Johannes 21:17), terwijl de twijfel van Thomas leidt tot een krachtige geloofsbelijdenis (Johannes 20:28).
Wat we zien in de relatie van Johannes met Jezus is geen vriendjespolitiek, maar eerder een voorbeeld van de diepe, transformerende intimiteit die Christus biedt aan allen die Hem volgen. De ontvankelijkheid van Johannes voor de liefde van Jezus zorgde voor een krachtige band die als voorbeeld dient voor ons allemaal. Zijn evangelie benadrukt dit thema van het blijven in de liefde van Christus en nodigt elke gelovige uit tot dezelfde nabijheid.
Ik moedig u aan om in het portret van Johannes een uitnodiging te zien om uw eigen relatie met Christus te verdiepen. Net als Johannes zijn we allemaal geroepen om te rusten in de liefde van Jezus, om trouw bij hem te staan in tijden van beproeving en om te getuigen van zijn waarheid. Mogen wij ons hart openen om de liefde te ontvangen die Christus zo vrijelijk aanbiedt, om zelf geliefde discipelen te worden die zijn licht aan de wereld reflecteren.
Waren er andere discipelen die een bijzonder nauwe band met Jezus hadden?
Hoewel Johannes vaak wordt belicht vanwege zijn nauwe relatie met Jezus, onthullen de evangeliën dat onze Heer diepe banden heeft gevormd met verschillende van zijn discipelen. Elk van deze relaties biedt ons unieke inzichten in de liefde van Christus en de aard van discipelschap.
Petrus, de rots waarop Christus beloofde zijn Kerk te bouwen, deelde een bijzonder intense band met Jezus. Van zijn dramatische roeping, het achterlaten van zijn netten om Christus te volgen (Marcus 1:16-18), tot zijn gedurfde belijdenis van Jezus als de Messias (Mattheüs 16:16), werd de relatie van Petrus met Jezus gekenmerkt door momenten van krachtig inzicht en dramatische tekortkomingen. Jezus investeerde zwaar in de vorming van Petrus en bad zelfs specifiek dat zijn geloof niet zou falen (Lucas 22:32). Hun uitwisseling na de opstanding, waarbij Jezus Petrus drie keer vraagt of hij van hem houdt, toont een diep persoonlijke en transformerende relatie (Johannes 21:15-19).
James, de broer van Johannes, maakte ook deel uit van de binnenste cirkel van Jezus. Samen met Petrus en Johannes was hij getuige van belangrijke gebeurtenissen zoals de Transfiguratie en was hij aanwezig in Gethsemane. Jezus gaf Jakobus en Johannes de bijnaam "zonen van de donder" (Marcus 3:17), wat zowel een nauwe vertrouwdheid als een begrip van hun vurige aard suggereert. Het vroege martelaarschap van Jakobus (Handelingen 12:2) spreekt over zijn onwrikbare inzet voor de missie van Christus.
Maria Magdalena, hoewel geen van de twaalf, had duidelijk een speciale plaats in het hart van Jezus. Alle vier de evangeliën plaatsen haar bij de kruisiging en het lege graf. Het evangelie van Johannes geeft ons het ontroerende verslag van haar ontmoeting met de verrezen Christus, waar hij haar bij naam noemt en haar opdraagt als eerste getuige van zijn opstanding (Johannes 20:11-18). Haar trouwe toewijding en haar rol als “apostel van de apostelen” tonen een unieke nauwe band met Jezus.
Lazarus en zijn zusters, Martha en Maria, waren Jezus ook bijzonder dierbaar. Johannes vertelt ons duidelijk dat "Jezus Martha en haar zuster en Lazarus liefhad" (Johannes 11:5). Het verslag van de opstanding van Lazarus is gevuld met emotionele details die wijzen op de diepe genegenheid van Jezus voor dit gezin. Zijn gesprekken met Martha en Maria onthullen zowel intimiteit als krachtig theologisch inzicht.
Zelfs Judas Iskariot, wiens verraad tot de arrestatie van Jezus zou leiden, deelde momenten van verbondenheid met Christus. Jezus waste zijn voeten samen met de andere discipelen en deelde het intieme Paschamaal met hem. De pijn van het verraad van Judas, beschreven als de daad van “mijn goede vriend op wie ik vertrouwde” (Psalm 41:9), spreekt van de oprechte relatie die zij hadden gedeeld.
We moeten ook niet vergeten dat Jezus diepe banden heeft gevormd met velen die niet in de evangeliën worden genoemd. Hij sprak over het verlaten van de negenennegentig om het ene verloren schaap te zoeken (Lukas 15:3-7), ter illustratie van zijn persoonlijke zorg voor elk individu. Zijn ontmoetingen met mensen zoals de Samaritaanse vrouw bij de bron (Johannes 4) of de blind geboren man (Johannes 9) onthullen zijn vermogen om directe, transformerende verbindingen te vormen.
Wat we in al deze relaties zien, is dat de liefde van Jezus niet beperkt of exclusief was. Elke discipel ervoer de liefde van Christus op een unieke manier, gevormd door zijn eigen persoonlijkheid en geloofsreis. De bijzondere nabijheid van Johannes tot Jezus doet deze andere banden niet afnemen, maar dient eerder als een voorbeeld van de intimiteit waartoe we allemaal geroepen zijn.
Als volgelingen van Christus vandaag worden we uitgenodigd om dezelfde nauwe relatie met Jezus aan te gaan. Net als Petrus kunnen we struikelen, maar vergeving en herstel vinden. Net als Maria Magdalena zijn wij geroepen om te getuigen van de verrezen Heer. Net als Lazarus en zijn zussen kunnen we de diepe genegenheid en de levengevende kracht van Christus ervaren.
Laten we deze relaties niet vergelijken of meten, maar ons er door laten inspireren. Ieder van ons leert ons iets over de veelzijdige liefde van Christus en de verschillende manieren waarop we op zijn roeping kunnen reageren. Mogen wij, net als deze vroege discipelen, ons hart volledig openen voor Jezus, waardoor Zijn liefde ons kan transformeren en door ons heen kan stromen naar anderen. Want uiteindelijk zijn we allemaal geliefde discipelen, elk uniek gekoesterd door onze Heer.
Hoe verbeelden de andere Evangelieverslagen Johannes in vergelijking met het Evangelie van Johannes?
Als we nadenken over de weergave van Johannes in de evangeliën, moeten we deze vraag benaderen met zowel wetenschappelijke aandacht als spirituele openheid. De evangeliën, hoewel verenigd in hun verkondiging van Christus, bieden elk een uniek perspectief gevormd door hun auteurs en beoogde publiek.
In de synoptische evangeliën – Mattheüs, Marcus en Lucas – wordt Johannes voornamelijk gepresenteerd als een van de twaalf, vaak samen met zijn broer Jakobus. Deze verslagen benadrukken de rol van Johannes als onderdeel van de binnenste kring van Jezus, die aanwezig is op belangrijke momenten zoals de Transfiguratie en in de Hof van Getsemane. Ze portretteren hem als een van de "zonen van de donder", wat een vurig temperament suggereert dat Jezus probeerde te temperen en te transformeren (Chrysostom, 2004).
Maar het is in het Evangelie van Johannes dat we een meer intieme weergave zien. Hier wordt Johannes "de discipel van wie Jezus hield" genoemd, een titel die in de andere evangeliën niet wordt gebruikt (Schaff, 2004). Dit Evangelie presenteert Johannes als een bijzondere nabijheid tot Jezus, naast hem liggend bij het Laatste Avondmaal en aan wie de zorg van Maria aan het kruis is toevertrouwd (Schaff, 2004).
Het vierde evangelie noemt zijn auteur nooit expliciet. De traditie om het toe te schrijven aan Johannes de Apostel ontwikkelde zich in de vroege Kerk. Het unieke perspectief van dit evangelie heeft sommige geleerden ertoe gebracht het als een meer vergeestelijkt verslag te beschouwen, met de nadruk op de diepere theologische betekenis van het leven en de bediening van Jezus (Schaff, 2004).
In het vierde evangelie wordt ook de rol van Johannes als getuige benadrukt. Hij wordt voorgesteld als iemand die zag en geloofde, wiens getuigenis waar is. Dit thema van ooggetuigenverklaringen is bijzonder sterk in dit evangelie en in de Johannine-brieven (Schaff, 2004; Stein, 2024).
We moeten niet vergeten dat deze verschillen in afbeelding elkaar niet tegenspreken, maar eerder een aanvulling vormen op ons begrip van Johannes en zijn relatie met Jezus. Elk Evangelie, geïnspireerd door de Heilige Geest, biedt ons een facet van de waarheid en nodigt ons uit tot een diepere beschouwing van het mysterie van Christus en Zijn liefde voor Zijn discipelen.
Welke theologische betekenis heeft de nabijheid van Johannes tot Jezus?
De nabijheid van Johannes tot Jezus is een krachtig symbool van de intieme gemeenschap die God met de hele mensheid zoekt. In het evangelie van Johannes zien we een discipel die zijn hoofd op de borst van Jezus legt, aan wie de zorg voor Maria is toevertrouwd, die naar het lege graf rent en gelooft (Schaff, 2004). Deze intimiteit is niet bedoeld om anderen uit te sluiten, maar om ons te laten zien wat mogelijk is in onze relatie met Christus. Het herinnert ons aan de woorden uit het boek Openbaring: "Zie, ik sta aan de deur en klop. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen en met die persoon eten, en zij met mij" (Openbaring 3:20).
Ten tweede onderstreept de nabijheid van Johannes tot Jezus het belang van contemplatie en luisteren in het spirituele leven. Johannes wordt vaak afgeschilderd als degene die diep luistert naar de woorden van Jezus, die nadenkt over de mysteries van de identiteit van Christus (Stein, 2024). Dit herinnert ons eraan dat ons geloof niet alleen over actie gaat, maar ook over aanwezig zijn bij de Heer, over het toestaan dat Zijn woorden in ons hart doordringen. Zoals ik al vaak heb gezegd, moeten we stilteruimten in ons leven cultiveren waar we Gods stem kunnen horen.
De intimiteit van Johannes met Jezus benadrukt de transformerende kracht van de liefde van Christus. De traditie vertelt ons dat Johannes de jongste van de apostelen was, misschien zelfs een tiener toen hij werd geroepen. Toch werd deze "Zoon van de Donder" bekend als de Apostel van de Liefde. Deze transformatie laat zien hoe het ontmoeten van de liefde van Christus ons verandert, ons hart verzacht en ons vermogen om anderen lief te hebben vergroot (Stein, 2024).
De theologische betekenis van de nabijheid van Johannes tot Jezus strekt zich ook uit tot ons begrip van openbaring. Het evangelie en de brieven van Johannes staan bekend om hun krachtige inzichten in de goddelijkheid van Christus en het mysterie van de menswording. Dit suggereert dat intieme gemeenschap met Christus leidt tot dieper theologisch begrip. Het gaat niet alleen om intellectuele kennis, maar ook om een beleefde ervaring van Gods liefde die onze geest en ons hart verlicht (Stein, 2022).
De bijzondere relatie van Johannes met Jezus wijst op de persoonlijke aard van Gods roeping. Terwijl Jezus al Zijn discipelen liefhad, had Hij op een unieke manier met elk van hen te maken. Dit herinnert ons eraan dat God ieder van ons bij naam noemt, dat Hij ons intiem kent en ons uitnodigt tot een persoonlijke relatie met Hem. Het daagt ons uit om verder te gaan dan een generiek geloof naar een diep persoonlijke ontmoeting met de levende God.
Ten slotte heeft de nabijheid van Johannes tot Jezus een kerkelijke betekenis. Aan de voet van het kruis vertrouwt Jezus Maria toe aan Johannes en Johannes aan Maria. Veel kerkvaders hebben op dit moment de geboorte van de kerk gezien, met Maria die de kerk vertegenwoordigt en Johannes die alle gelovigen vertegenwoordigt. Dit intieme moment herinnert ons eraan dat de Kerk niet in de eerste plaats een instelling is, maar een gezin, verbonden door de liefde van Christus (Stein, 2022).
Laten we ons daarom laten inspireren door de nabijheid van Johannes tot Jezus. Laten we ons hart openen voor de intieme liefde die Christus ons biedt. Laten we aandachtig luisteren naar Zijn woord, ons laten transformeren door Zijn liefde en getuigen van deze liefde in de wereld. Want uiteindelijk, zoals Johannes zelf schreef: "Wij hebben lief omdat Hij ons eerst liefhad" (1 Johannes 4:19).
Hoe is de status van Johannes als geliefde discipel door de kerkgeschiedenis heen geïnterpreteerd?
In de vroege kerk benadrukten figuren als Irenaeus en Polycarpus, die beweerden een directe band met Johannes te hebben, zijn rol als ooggetuige van het leven en de leer van Christus. Zij zagen in Johannes' nabijheid tot Jezus een garantie voor de echtheid van zijn getuigenis. Dit begrip was van cruciaal belang om het gezag van het evangelie en de brieven van Johannes in de vroege christelijke gemeenschap vast te stellen (Christian & Daley, 2020).
Terwijl de kerkvaders terugblikten op de unieke titel van Johannes, zagen velen daarin een model voor alle gelovigen. Sint-Augustinus schreef bijvoorbeeld dat terwijl Johannes bij naam werd uitgekozen, hij al diegenen vertegenwoordigde die Christus werkelijk liefhebben. Deze interpretatie nodigde alle christenen uit om zichzelf te zien als potentieel “geliefde discipelen”, die worden opgeroepen tot een intieme relatie met de Heer (Christian & Daley, 2020).
In de middeleeuwen bloeiden mystieke interpretaties van de relatie van Johannes met Jezus op. Het beeld van Johannes die bij het Laatste Avondmaal zijn hoofd op de borst van Jezus rustte, werd een krachtig symbool van contemplatief gebed. Cijfers zoals Sint-Bernard van Clairvaux en later Sint-Jan van het Kruis maakten gebruik van dit beeld om de vereniging van de ziel met God te beschrijven (Christian & Daley, 2020).
De Reformatie bracht nieuwe perspectieven op de status van Johannes. Met behoud van respect voor de bijzondere relatie van Johannes met Jezus benadrukten protestantse hervormers dat alle gelovigen rechtstreeks toegang hebben tot Christus door middel van geloof. Zij zagen in de intimiteit van Johannes met Jezus geen uniek voorrecht, maar een model van de nauwe relatie die alle christenen met hun Heer zouden moeten zoeken (Christian & Daley, 2020).
In recentere tijden heeft bijbelse wetenschap nieuwe inzichten gebracht in ons begrip van de geliefde discipel. Sommige geleerden hebben gesuggereerd dat de geliefde discipel een literair apparaat kan zijn, dat de ideale volgeling van Jezus vertegenwoordigt. Anderen hebben de mogelijkheid onderzocht dat de geliefde discipel een specifieke gemeenschap van gelovigen vertegenwoordigt. Deze academische discussies herinneren ons eraan dat de evangeliën zowel historische verslagen als theologische reflecties zijn, en nodigen ons uit om er op meerdere niveaus mee om te gaan (Christian & Daley, 2020).
Doorheen deze rijke geschiedenis van interpretatie zijn bepaalde thema's constant gebleven. De status van Johannes als geliefde discipel wordt consequent gezien als een bewijs van Gods persoonlijke liefde voor elke gelovige. Het is opgevat als een uitnodiging tot intimiteit met Christus, een oproep tot contemplatief gebed en een model van trouw discipelschap (Christian & Daley, 2020; Saavedra, 2015).
Johannes' nabijheid tot Jezus is geïnterpreteerd als een bron van bijzonder inzicht in de mysteries van het geloof. De krachtige theologie van het evangelie en de brieven van Johannes wordt vaak toegeschreven aan deze intieme relatie. Dit herinnert ons eraan dat ware kennis van God niet alleen voortkomt uit studie, maar ook uit liefdevolle ontmoeting (Saavedra, 2015).
In onze eigen tijd, dierbare broeders en zusters, zijn we geroepen om deze rijke traditie te ontvangen en in onze eigen context uit te leven. Paus Benedictus XVI heeft dit prachtig verwoord in zijn encycliek “Deus Caritas Est”, waarin hij schreef dat Johannes zijn hoofd op de borst van Jezus liet rusten: “Het gaat hier niet om externen. Het is een beeld van de relatie met God in gebed, de relatie die het leven van de ziel zelf is.”
Ik moedig u aan om in de status van Johannes als de geliefde discipel een uitnodiging te zien om uw eigen relatie met Christus te verdiepen. Laten we Johannes niet van ver bewonderen, maar eerder proberen zijn nabijheid tot Jezus na te bootsen. Laten we ons hart openen voor de liefde van de Heer, in Zijn aanwezigheid rusten en Zijn woord ons laten veranderen. Want uiteindelijk zijn we allemaal geroepen om geliefde discipelen te zijn, persoonlijk bekend en geliefd door onze Heer en Redder.
Is het feit dat Jezus een "favoriete" discipel heeft, in strijd met zijn liefde voor al zijn volgelingen?
Deze vraag raakt aan een delicaat punt dat sommigen heeft doen struikelen. Maar als we het met geloof en begrip benaderen, vinden we geen tegenstrijdigheid, maar een diepere openbaring van Gods liefde.
Ten eerste moeten we niet vergeten dat Gods liefde geen beperkte hulpbron is die gelijkelijk moet worden verdeeld. Het hart van onze Heer is oneindig in zijn vermogen om lief te hebben. Wanneer in de evangeliën wordt gesproken van een "geliefde discipel", doet dit niets af aan de liefde van Jezus voor zijn andere volgelingen. Integendeel, het onthult een bijzondere uitdrukking van die universele liefde (Keith et al., n.d.; Saavedra, 2015).
Overweeg hoe in onze eigen families een ouder al zijn kinderen volledig en volledig liefheeft, maar toch een speciale band of begrip met één kind kan hebben. Dit betekent niet dat de ouder minder van de anderen houdt, maar dat liefde in elke relatie een unieke uitdrukking vindt. Zo is het ook met Christus en Zijn discipelen (Schaff, 2004).
Het begrip "geliefde discipel" in het evangelie van Johannes dient een theologisch doel. Het gaat niet om vriendjespolitiek, maar om het illustreren van de intieme relatie die Jezus Christus met alle gelovigen wenst. Johannes wordt een model en laat ons zien wat het betekent om dicht bij Jezus te zijn, te rusten in Zijn liefde, Hem volledig te vertrouwen (Schaff, 2004).
We zien deze intimiteit prachtig geportretteerd in de scène van het Laatste Avondmaal, waar de geliefde discipel zijn hoofd op de borst van Jezus rust. Dit beeld nodigt ons allen uit om dicht bij Christus te komen, om naar Zijn hartslag te luisteren, om onze rust in Hem te vinden. Het is een uitnodiging, geen uitsluiting (Schaff, 2004).
We moeten niet vergeten dat elk van de discipelen een unieke relatie met Jezus had. Petrus werd de "rots" genoemd waarop Christus zijn Kerk zou bouwen. James en John kregen de bijnaam “zonen van de donder”. Thomas wordt herinnerd om zijn twijfel over zijn geloof. Elk van deze relaties onthult een ander facet van discipelschap, een andere manier om Christus te ontmoeten en te volgen (Schaff, 2004).
De traditie van de Kerk heeft lang begrepen dat de "geliefde discipel" alle gelovigen vertegenwoordigt. De heilige Augustinus heeft dit prachtig verwoord door te zeggen dat Johannes “niet heeft nagelaten te verklaren dat hij de discipel was van wie Jezus hield, omdat hij door deze liefde wist dat hij de meest overvloedig gezegende was; maar hij heeft dat gedaan, omdat alle anderen op dezelfde manier door Christus werden bemind.”
Laten we niet in de val lopen om Gods liefde als beperkt of exclusief te zien. Laat in plaats daarvan het beeld van de geliefde discipel ons inspireren om dichter bij Christus te komen, om ons meer open te stellen voor Zijn liefde. Want ieder van ons is geroepen om een "geliefde discipel" te zijn, ieder van ons wordt uitgenodigd voor die intieme relatie met onze Heer (Schaff, 2004; Stein, 2024).
Denk aan de woorden van Paulus: “Ik ben met Christus gekruisigd en ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Het leven dat ik nu in het lichaam leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf voor mij heeft gegeven" (Galaten 2:20). Paulus spreekt over de persoonlijke liefde van Christus voor hem, maar dit doet niets af aan de liefde van Christus voor anderen. Integendeel, het nodigt iedereen uit om die persoonlijke liefde te herkennen en te omarmen.
Wat leert de katholieke kerk over de nabijheid van Johannes tot Jezus?
De leer van de katholieke kerk over de nabijheid van Johannes tot Jezus is een mooie weerspiegeling van de diepten van de goddelijke liefde en de intimiteit waartoe we allemaal geroepen zijn in onze relatie met de Heer.
De Kerk bevestigt de historische realiteit van de bijzondere relatie van Johannes met Jezus. Zoals de Catechismus stelt: “De Kerk heeft altijd en overal volgehouden en blijft volhouden dat de vier evangeliën van apostolische oorsprong zijn. Want wat de apostelen gepredikt hebben ter vervulling van de opdracht van Christus, hebben zij zelf en de apostolische mannen ons daarna, onder de inspiratie van de goddelijke Geest, schriftelijk overgeleverd: het fundament van het geloof, namelijk het viervoudige Evangelie, volgens Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes" (CKK 126). Deze bevestiging omvat de zelfidentificatie van Johannes als “de discipel van wie Jezus hield” (Stein, 2024).
De Kerk ziet in de nabijheid van Johannes tot Jezus een voorbeeld van contemplatieve liefde. Johannes Paulus II schreef in zijn apostolische brief "Novo Millennio Ineunte": "Het is Johannes die ons het machtige beeld van Christus als de Goede Herder geeft, die zijn schapen kent (vgl. Jn 10:14), als de wijnstokboer die de takken vrucht laat dragen (vgl. Jn 15:1-8), als de weg, de waarheid en het leven (vgl. Jn 14:6). Ook Johannes geeft ons de diep ontroerende dialogen van Jezus met Nicodemus, met de Samaritaanse vrouw, met Martha en Maria.” Dit benadrukt hoe de intimiteit van Johannes met Christus tot krachtige spirituele inzichten heeft geleid (Stein, 2022, 2024).
De Kerk leert dat de nabijheid van Johannes tot Jezus niet exclusief maar voorbeeldig is. Het nodigt alle gelovigen uit om een soortgelijke intimiteit met de Heer te zoeken. Zoals paus Benedictus XVI in een algemeen audiëntie zei: “De geliefde discipel, die bij het Laatste Avondmaal op de borst van de Heer leunde, had de in Jezus aanwezige liefde van God begrepen en aan zijn broeders verkondigd.” Deze intimiteit wordt gezien als beschikbaar voor iedereen die zijn hart voor Christus opent (Stein, 2022).
De Kerk ziet in de relatie van Johannes met Jezus ook een bijzonder charisma van maagdelijkheid dat aan de Heer is gewijd. Volgens de traditie bleef Johannes zijn hele leven celibatair, en dit wordt gezien als een teken van zijn totale toewijding aan Christus. De catechismus leert: "Vanaf het begin van de Kerk zijn er mannen en vrouwen geweest die afstand hebben gedaan van het grote goed van het huwelijk om het Lam te volgen, waar hij ook gaat, om zich te richten op de dingen van de Heer, om te proberen hem te behagen, en om uit te gaan om de Bruidegom te ontmoeten die komt" (CKK 1618). Johannes wordt gezien als een vroeg voorbeeld van dit gewijde leven (Stein, 2022).
De Kerk leert dat de nabijheid van Johannes tot Jezus een bijzondere rol speelde bij de vorming van de vroege Kerk. Aan de voet van het kruis vertrouwde Jezus zijn moeder Maria toe aan de zorg van de apostel Johannes. De Kerk ziet in dit moment een krachtige symboliek: Maria vertegenwoordigt de Kerk en Johannes vertegenwoordigt alle gelovigen. Dit leert ons over de moederlijke zorg van de Kerk en de kinderlijke toewijding die we aan haar verschuldigd zijn (Christian & Daley, 2020).
De Kerk benadrukt ook de rol van Johannes als getuige van de waarheid over het leven, de dood en de opstanding van Jezus Christus. Zijn nabijheid tot Jezus wordt gezien als het geven van speciale autoriteit aan zijn getuigenis. Zoals de eerste brief van Johannes zegt: "Wat vanaf het begin was, wat we hebben gehoord, wat we met onze ogen hebben gezien, waar we naar hebben gekeken en onze handen hebben aangeraakt - dit verkondigen we over het Woord des levens" (1 Johannes 1:1)(Christian & Daley, 2020).
De leer van de Kerk over de nabijheid van Johannes tot Jezus is niet bedoeld om Johannes als onbereikbaar heilig te onderscheiden, maar om ons allemaal te inspireren om een diepere relatie met Christus te zoeken.
Wat is de psychologische interpretatie van Johannes' nabijheid tot Jezus?
Wanneer we nadenken over de nabijheid tussen Johannes en Jezus, worden we uitgenodigd om na te denken over de krachtige diepten van menselijke relaties en hoe ze onze verbinding met het goddelijke kunnen weerspiegelen. Vanuit psychologisch oogpunt biedt de intimiteit van Johannes met Christus ons rijke inzichten in de aard van spirituele vriendschap en discipelschap.
In de kern vertegenwoordigt de nabijheid van Johannes tot Jezus het diepste verlangen van het menselijk hart om gekend, bemind en volledig aanvaard te worden. In Johannes zien we een discipel die zich volledig kwetsbaar opstelde voor zijn Heer en zijn hoofd op Jezus' borst liet rusten bij het Laatste Avondmaal in een gebaar van krachtig vertrouwen en genegenheid (Keith et al., n.d.). Deze fysieke nabijheid symboliseert een spirituele en emotionele intimiteit die verder ging dan louter bewondering of respect.
In het evangelie wordt Johannes afgebeeld als “de discipel van wie Jezus hield”, wat wijst op een bijzondere band tussen hen (Keith et al., n.d.). Psychologisch spreekt dit tot onze behoefte aan individuele erkenning en bevestiging. We moeten echter niet vergeten dat Gods liefde niet exclusief is, maar dat de nabijheid van Johannes tot Jezus de weg opent voor alle gelovigen om diezelfde intieme liefde te ervaren.
De relatie van Johannes met Jezus toont ook de transformerende kracht van liefde aan. Terwijl hij tijd doorbracht met Christus, luisterde naar Zijn leringen en getuige was van Zijn werken, werd het eigen karakter van Johannes gevormd en gevormd. Dit herinnert ons eraan dat ware nabijheid tot God ons van binnenuit verandert en ons meer in overeenstemming brengt met Zijn beeld.
De nabijheid van Johannes tot Jezus toont het belang aan van emotionele en spirituele ontvankelijkheid in onze geloofsreis. In tegenstelling tot sommige andere discipelen die moeite hadden om de leringen van Jezus te begrijpen, lijkt Johannes bijzonder open te staan voor de boodschap van Christus (Keith et al., n.d.). Dit suggereert dat het cultiveren van een houding van ontvankelijkheid en openheid in ons hart onze eigen relatie met God kan verdiepen.
De intimiteit van Johannes met Jezus maakte hem niet immuun voor menselijke zwakheid. Hij vluchtte, net als de andere discipelen, voor de kruisiging. Toch was hij de eerste die terugkeerde, staande aan de voet van het kruis (Keith et al., n.d.). Dit herinnert ons eraan dat we zelfs in onze momenten van zwakte altijd kunnen terugkeren naar de omhelzing van Gods liefde.
De psychologische interpretatie van Johannes' nabijheid tot Jezus wijst ons op de krachtige waarheid dat we allemaal geroepen zijn tot dezelfde intimiteit met Christus. Het voorbeeld van Johannes nodigt ons uit ons hart volledig open te stellen voor Gods liefde, ons te laten transformeren door Zijn aanwezigheid en te rusten in de veiligheid van Zijn omhelzing. Op die manier kunnen ook wij geliefde discipelen worden, die de liefde van Christus voor de wereld om ons heen weerspiegelen.
Wat leren de kerkvaders over de nabijheid van Johannes tot Jezus?
Veel van de Vaders benadrukken de unieke rol van Johannes als apostel en evangelist. Sint-Augustinus vergelijkt Johannes bijvoorbeeld met een adelaar, die tot grote geestelijke hoogten stijgt in zijn begrip van de goddelijkheid van Christus (Willis, 2002). Dit beeld herinnert ons eraan dat ware nabijheid tot Jezus onze geest en ons hart verheft, waardoor we de wereld vanuit een goddelijk perspectief kunnen zien.
De Vaders benadrukken ook de aanwezigheid van Johannes op belangrijke momenten in het leven en de bediening van Jezus. De heilige Johannes Chrysostomus wijst erop dat Johannes een van de eerste discipelen was die door Jezus werd geroepen, aanwezig was bij de Transfiguratie en trouw bleef aan de voet van het kruis (Chryssostomus, 2000). Deze standvastigheid in het discipelschap van Johannes leert ons het belang van doorzettingsvermogen in onze eigen relatie met Christus, door zowel vreugdevolle als treurige momenten.
Een bijzonder mooi aspect van de nabijheid van Johannes tot Jezus, zoals begrepen door de Vaders, is zijn rol als de “geliefde discipel”. De heilige Cyrillus van Alexandrië ziet in deze titel niet alleen een persoonlijke genegenheid, maar ook een weergave van de relatie van de Kerk met Christus (Keith et al., n.d.). De intimiteit van Johannes met Jezus wordt zo een voorbeeld voor alle gelovigen en laat ons zien hoe we in liefde en vertrouwen dicht bij onze Heer kunnen komen.
De Vaders reflecteren ook op de geestelijke vruchten van de nabijheid van Johannes tot Jezus. Origenes spreekt in zijn commentaar op het evangelie van Johannes over de wijze waarop Johannes' intieme kennis van Christus hem in staat stelde krachtige geestelijke waarheden met de Kerk te delen (Origenes van Alexandrië, n.d.). Dit herinnert ons eraan dat ware nabijheid tot Jezus ons altijd moet leiden naar missie en dienstbaarheid, door de liefde die we hebben ontvangen met anderen te delen.
De heilige Leo de Grote drukt prachtig uit hoe de nabijheid van Johannes tot Jezus de aard van Gods liefde voor ons onthult. Hij leert dat we in de relatie van Johannes met Christus een glimp zien van de eeuwige liefde tussen de Vader en de Zoon, een liefde waartoe we allemaal worden uitgenodigd (Leo, 1996). Dit krachtige inzicht helpt ons te begrijpen dat onze eigen nabijheid tot Jezus niet alleen een menselijke vriendschap is, maar een deelname aan het leven zelf van de Drie-eenheid.
Tot slot leren de Vaders ons dat de nabijheid van Johannes tot Jezus niet alleen in zijn eigen voordeel was, maar voor de hele Kerk. De heilige Irenaeus spreekt over hoe Johannes' intieme kennis van Christus hem in staat stelde ketterijen te bestrijden en het ware geloof te bewaren (Schaff, 2004). Dit herinnert ons eraan dat onze eigen relatie met Jezus ons moet versterken om standvastig te zijn in de waarheid en om getuigen te zijn van het Evangelie in onze wereld.
Als we nadenken over deze leringen van de kerkvaders, laten we ons dan inspireren om onze eigen nabijheid tot Jezus te verdiepen. Mogen we, net als Johannes, onze hoofden op het hart van Christus rusten, aandachtig luisteren naar Zijn woorden van liefde en onszelf toestaan om door Zijn aanwezigheid te worden getransformeerd. En moge deze intimiteit met onze Heer ons in staat stellen om voort te gaan, Zijn liefde en waarheid te delen met allen die we tegenkomen.
†⁇
